Thuiswerken vraagt iets van hoe we ons werk organiseren
“Kom je morgen naar kantoor?”
Die vraag hoor je de laatste tijd steeds vaker.
Volgens een onderzoek van werkgeversvereniging AWVN (november 2025) worden werkgevers namelijk strikter in het uitvoeren van hun thuiswerkbeleid. Medewerkers worden nadrukkelijker gevraagd op afgesproken dagen op kantoor te werken.
De vrijblijvendheid rond thuiswerken lijkt daarmee langzaam te verdwijnen.
Thuiswerken wordt volwassen.
Uit het onderzoek blijkt onder meer dat:
- 97% van de werkgevers aangeeft dat medewerkers regelmatig thuis werken
- 55% van de werknemers hybride werkt (deels thuis, deels op kantoor)
- 78% van de werkgevers inmiddels verwacht dat medewerkers een aantal dagen per week op kantoor verschijnen
De belangrijkste reden? Niet controle, maar samenwerking en sociale verbinding.
Werkgevers noemen onder andere:
- sociale cohesie
- bedrijfscultuur
- elkaar zien en spreken
- het inwerken van nieuwe medewerkers
Allemaal begrijpelijke redenen.
En toch hoor ik in mijn werk vaak een ander verhaal.
De realiteit van de kantoortuin
Veel professionals met wie ik werk, werken op kantoor in een kantoortuin.
Dat klinkt hip en efficiënt. De dagelijkse praktijk ziet er vaak zo uit:
- pratende collega’s
- mensen die langs lopen
- collega’s die even bij je bureau staan met een vraag
- telefoongesprekken om je heen
- voortdurende beweging
Op zichzelf zijn dat allemaal normale kantooractiviteiten. Samen vormen ze een constante stroom van afleiding en ruis.
Voor veel professionals betekent dat:
- minder concentratie
- veel schakelen tussen taken
- sneller overprikkeld raken
- energieverlies
Het gevolg?
Veel mensen vertellen mij dat ze hun echte werk pas doen wanneer ze thuis werken.
Waarom? Omdat ze daar eindelijk rust en focus ervaren.
De echte vraag achter thuiswerken
De discussie over thuiswerken gaat daarom vaak over de verkeerde vraag.
Niet alleen: waar werken we?
Maar vooral: hoe werken we?
Thuiswerken vraagt namelijk meer van je eigen organisatievermogen.
Je mist namelijk een aantal structuren die op kantoor vanzelf aanwezig zijn:
- collega’s om je heen
- spontane overlegmomenten
- een duidelijk werkritme
- een fysieke scheiding tussen werk en privé
Wanneer je thuis werkt, moet je die structuur zelf creëren.
En precies daar zie ik veel professionals vastlopen.
Wanneer thuiswerken wél werkt
Goed georganiseerd thuiswerken kan juist veel opleveren.
Ik zie bij veel professionals dat het leidt tot:
- meer concentratie
- hogere kwaliteit van werk
- meer autonomie
- meer werkplezier
Maar dat werkt alleen wanneer een aantal randvoorwaarden klopt.
Bijvoorbeeld:
- een duidelijke, goed ingerichte werkplek met een goed bureau, stoel en 2 beeldschermen
- overzicht in taken en prioriteiten
- heldere begin- en eindtijden
- bewust schakelen tussen werk en privé
Zonder structuur gebeurt vaak het tegenovergestelde.
Dan gaan e-mails, Teams-berichten en ad-hoc vragen de werkdag bepalen.
En verdwijnt de focus.
Thuiswerken vraagt volwassen werkgedrag
Nu organisaties hun thuiswerkbeleid verder aanscherpen, wordt één ding duidelijk:
Hybride werken vraagt een nieuwe vorm van professionaliteit.
Niet alleen van organisaties, maar ook van medewerkers.
Succesvol thuiswerken ontstaat wanneer drie dingen samenkomen:
- duidelijke afspraken binnen de organisatie
- een werkplek die concentratie ondersteunt
- persoonlijke structuur en overzicht
Wanneer dat lukt, kan hybride werken juist het beste van twee werelden bieden.
Een vraag om over na te denken
Als je thuiswerkt, stel jezelf eens deze vraag:
Helpt mijn manier van werken mij om overzicht, rust en focus te houden?
Of ben je vooral bezig met reageren op alles wat op je afkomt?
Misschien is de echte vraag dus niet:
Moeten we meer thuis werken of meer op kantoor?
Maar:
Onder welke omstandigheden kunnen mensen hun werk het beste doen?
