“There cannot be a crisis today, because my schedule is already full.” Henry Kissinger
Het is een zin die blijft hangen. Misschien omdat er iets ongemakkelijks eerlijks in zit.
Veel werkdagen beginnen tegenwoordig al voordat iemand werkelijk begonnen is. De telefoon ligt naast het bed, de eerste mails worden gelezen tijdens het ontbijt en nog voor negen uur voelt de dag alsof hij achterloopt. Overleggen volgen elkaar op, Teams blijft piepen, er moet van alles “even tussendoor” en ondertussen probeert iemand ook nog geconcentreerd werk te doen.
Toch zit de grootste vermoeidheid vaak niet in het harde werken zelf.
Mensen kunnen veel aan. Zeker betrokken professionals. Maar wat energie wegtrekt, is het voortdurende gevoel geleefd te worden door alles wat zich aandient. Alsof de dag geen eigen ritme meer heeft, maar volledig wordt bepaald door meldingen, verzoeken en haast.
Ik zie regelmatig mensen die hun agenda tot op de minuut vullen en zich toch afvragen waarom ze aan het einde van de dag zo weinig rust ervaren. Dan blijkt dat er nauwelijks ruimte was om ergens echt aandacht aan te geven. Alles kreeg tijd, maar niets kreeg rust.
Dat is misschien wel de stille verwarring van deze tijd: we proberen grip te krijgen door meer in onze dagen te proppen, terwijl overzicht juist ontstaat door ruimte.
Een korte wandeling tussen twee afspraken. Een rustige dagstart zonder direct mail te openen. Tijd nemen om werk af te ronden in plaats van alleen door te schuiven naar morgen. Het lijken kleine dingen, maar vaak maken juist die momenten het verschil tussen opgejaagd werken en bewust werken.
Een volle agenda is niet automatisch een teken van betekenisvol werk.
Soms is het gewoon een signaal dat het tijd is opnieuw te kiezen wat werkelijk belangrijk is.
