Veel mensen denken dat chaos ontstaat doordat er te veel werk is. Een overvolle agenda. Een mailbox die sneller groeit dan zij leegloopt. Collega’s die vragen stellen, je telefoon die gaat, tussendoor nog een overleg. Vaak zit de echte oorzaak ergens anders. 

Chaos ontstaat op het moment dat iemand niet goed weet hoe iets aangepakt moet worden. 

Dat zijn meestal geen grote, dramatische momenten. Juist niet. Een vraag waar je niet direct een antwoord op hebt. Een taak waarvan je denkt: daar moet ik een keer goed voor gaan zitten. Een opdracht waarover je twijfelt of je het wel op de juiste manier doet. 

De taak blijft liggen. Omdat het hoofd geen duidelijke eerste stap ziet. Ondertussen blijft diezelfde taak wel rondzingen in je achterhoofd. Tijdens andere werkzaamheden, onderweg naar huis of zelfs ’s nachts. 

Wat niet concreet wordt gemaakt, blijft energie vragen. 

Ik zie dat regelmatig terug bij mensen die ik begeleid. Het werk stapelt zich op omdat ze blijven hangen in het zoeken naar zekerheid, naar controle. Eerst volledig begrijpen hoe iets moet, voordat zij in beweging komen. 

Alleen werkt het leven meestal niet zo. 

Werk vraagt voortdurend kleine beslissingen. Beginnen terwijl nog niet alles helder is. Het stellen van een vraag. Hulp vragen. Iets inplannen. Het is nodig een eerste stap te zetten terwijl het volledige antwoord nog niet zichtbaar is. 

Juist daar ontstaat vaak de doorbraak. Beweging doorbreekt chaos. 

Zodra je een eerste concrete actie neemt, ontstaat er ruimte in het hoofd. Het werk wordt tastbaar. Het overzicht keert terug en de spanning neemt af. Omdat stilstand wordt doorbroken. 

Mensen wachten vaak op rust om in beweging te komen. In werkelijkheid ontstaat rust nadat je in beweging komt. 

Welke taken blijven in jouw hoofd rondzingen?